Het ABC-college

Een voorbeeld van een aanbod voor een school

Wat helpt een goede docent te zijn? En wat is en wat doet een goede docent eigenlijk? En wie bepaalt dat?

Beste docent van het ABC-College,

Lesgeven, onderwijs verzorgen is altijd een complexe taak. Multi-tasken lijken we als mens niet te kunnen, maar als docent doe je iedere dag pogingen het tegendeel te bewijzen. Toch bereikt de ene docent meer dan de andere, als je kijkt naar leerplezier van leerlingen, naar resultaten, naar de ontwikkeling van leerlingen in zelfvertrouwen, wilskracht, doorzettingsvermogen, strategisch denken, creatief oplossingen ontwerpen enz.

De docent maakt daarbij het verschil. Dat was zo en dat zal ondanks alle technologische mogelijkheden niet anders worden. De vraag is dan: kan je als docent iets bijleren waardoor je nog meer bereikt, nog meer plezier in je werk beleeft.

We gaan vier middagen samen aan de slag, maar weet dat een school niet verandert door iemand die een paar keer een training komt geven. Een docent ontwikkelt zich door bereid te zijn te investeren in zijn/haar denken en in zijn/haar handelen en vooral door dat te doen met collega’s, jaar in, jaar uit. En bereid te zijn daar oprecht kritisch over te zijn. “Wat is mijn opvatting, of misschien wel mijn overtuiging waar je me moeilijk van af zult krijgen? En wat doe ik in de les, bij de lesstart, bij de afronding, tijdens instructie over hoe we gaan werken, tijdens een strakke uitleg.”

De hoofdlijnen

De twee hoofdlijnen van de vier middagen (en de lesobservaties ’s ochtends op de tweede, derde en vierde dag) wil ik vast schetsen.

1. Je hebt als docent niets meer, maar ook niets minder dan drie dingen tot je beschikking:
– de inhoud: wat behandel ik en op welk denkniveau
– de vorm, de lesactiviteit: welke didactische vormen zet ik in en wat is het effect van de vorm en als een vorm niet werkt, waarom ga ik er dan toch mee door
– ik, als docent: wie ben ik, wie ben ik als ik met deze klas werk? want dat is voor leerlingen enorm belangrijk.

“Leerlingen kómen niet gemotiveerd naar school. Ze komen naar school om gemotiveerd te ráken.”
  Deze zin heb ik helaas niet zelf bedacht, maar het is wel wat veel leerlingen die ik bevraag me vertellen. Het geldt niet voor alle leerlingen, maar wel voor een stevig aantal. En dat heeft effect op de voortgang van de les en op het resultaat.

2. Als docent heb je bagage, zowel opgedaan tijdens de opleiding maar zeker ook al lerende in de praktijk. En tijdens andere bijeenkomsten binnen en buiten de school.

Een docent is:

  • vakdeskundige: dat betekent dat je je vakkennis, de vakinhoud moet beheersen (daar hebben we het niet over tijdens de vier middagen, want we nemen aan die die kennis er in ruime mate is)
  • pedagoog: weten hoe met pubers anno 2012 om te gaan
  • leerpsycholoog: weten wat bij deze groep leerlingen die in deze wereld opgroeit het leren bevordert maar ook wat hun leren belemmert
  • didacticus: een ruime bak met werkvormen en lesactiviteiten waardoor je als docent tijd en ruimte hebt om rond te lopen en de vakdeskundige, de pedagoog en de leerpsycholoog kunt zijn


Vraag niet om gewenst gedrag, maar organiseer gewenst gedrag.

Tijdens de middagen komen deze twee thema’s steeds terug:

      • we denken na en praten over wat pedagoog zijn betekent, wat leren van pubers bevordert en welke didactische mogelijkheden er  zijn om leerlingen aanzienlijk harder te laten werken dan de docent
      • we ontwerpen vanuit dat denken steeds mogelijkheden iets te ontwikkelen om de inhoud op een hoger niveau te krijgen, om de didactische vormen aan te scherpen en om – heel belangrijk – te kijken hoe we adequater met leerlingen contact kunnen maken.

Tijdens de middagen maken we zorgvuldig gebruik van opnamen uit jullie lessen. Per les niet meer dan een minuut of zes. En voor de goede orde: je mag altijd zeggen dat je liever geen opnamen wilt en ook achteraf dat je de opnamen niet gebruikt wilt zien.